Europees Parlement geen voorstander van franchisewetgeving

Europees Parlement roept op tot ontwikkeling “niet-wetgevende richtsnoeren” op Europees niveau en is tegenstander van franchisewetgeving per land.

Vandaag heeft het Europees Parlement een rapport aangenomen over franchise in Europa. Het rapport, dat is opgesteld door Nederlands Europarlementariër Dennis de Jong (SP), roept op tot niet-wetgevende richtsnoeren voor franchise. Het parlement stelt dat de verschillen in wet- en regelgeving tussen de EU-lidstaten belemmeringen opwerpen voor het bedrijfsmodel franchise. Het vaststellen van specifieke Nederlandse franchisewetgeving is dus in strijd met de bevindingen van het Europees Parlement.

De Jong betreurt in het rapport dat franchise nog een relatief klein aandeel heeft in de Europese economie en wil dat het bedrijfsmodel verder gestimuleerd wordt. Daarbij constateert het parlement dat de grote verschillen in wet- en regelgeving binnen de Europese lidstaten belemmerend werkt. Ook tussen bedrijven die franchise als businessmodel toepassen, bestaan grote verschillen. Daarom roept het Europese Parlement de Europese Commissie op om snel met concrete voorstellen voor ‘niet-wetgevende’ richtsnoeren op te stellen, gebaseerd op best practices. Hoewel op de Europese Erecode voor Franchising kritiek bestaat van franchisenemers, biedt de Europese Erecode volgens het Europees Parlement wel een goed uitgangspunt voor het ontwikkelen van de benodigde richtsnoeren op basis van zelfregulering.

In Nederland spreken franchisegevers en franchisenemers over een Nederlandse Franchise Code (NFC). Op deze NFC en de totstandkoming daarvan bestaat brede kritiek en de NFC wordt nagenoeg niet toegepast. Dit in tegenstelling tot de Europese Erecode, die wordt onderschreven door ten minste alle leden van de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV). Minister Kamp wil echter de NFC nu verplicht opleggen aan alle franchiseformules in Nederland via een wetsvoorstel. Dit druist in tegen het rapport van het Europees Parlement en de wens tot harmonisatie en zelfregulering. Op de onderbouwing van nut- en noodzaak van Nederlandse wetgeving bestond al kritiek, onder meer van Actal [1].

Eus Peters van de Commissie Franchising RND+: “Franchisegevers zijn vóór zelfregulering op basis van een evenwichtige gedragscode, die ontwikkeld is door een brede vertegenwoordiging van sector, en die daarna wel breed gesteund kan worden. Dit lijkt mij volledig in lijn met wat het Europees Parlement adviseert. Tegen de wens om koste wat kost nu wetgeving in te voeren door het verankeren van een niet-gedragen Nederlandse code, hebben wij en vele anderen al verschillende malen bezwaren geuit.”

Achtergrond

Het rapport van het EP[2] roept op tot:

  • Het stimuleren van dialoog tussen franchisegevers en franchisenemers en het verenigen van franchisenemers;
  • Bepalingen over onlineverkopen op te nemen in franchisecontracten;
  • Het opstellen van redelijke, proportionele en duidelijke concurrentiebedingen;
  • Het opzetten van contactpunten door lidstaten om informatie op te halen over problemen waar franchisegevers en franchisenemers mee geconfronteerd worden;
  • Specifieke beginselen gericht op evenwichtige contractuele rechten en plichten van de partijen, zoals duidelijke, correcte en volledige precontractuele informatie, duidelijke grenzen aan de vertrouwelijkheidseisen, welke informatie voldoende lang vóór de ondertekening van de overeenkomst schriftelijk beschikbaar moet zijn, en, waar dit passend is, invoering van een afkoelingsperiode na de ondertekening van de overeenkomst.

De Nederlandse Franchise Code gaat veel verder dan dit alles en grijpt diep in in de contractuele relatie tussen partijen en wordt als het aan de minister van Economische Zaken ligt snel via de omweg van een Algemene maatregel van Bestuur verankerd in specifieke Nederlandse wetgeving.

 

terug naar franchisenieuws overzicht